Categorie: Uncategorized

  • Het eerste oordeel

    Ik stel vast dat ik mensen vaak al beoordeel nog voor ik ze ken, op basis van hun uiterlijk. Vooroordelen. In een eerste fase verwijt ik hen haast dat ik ze lelijk vind. Daarna mag ik dan soms getuige zijn van de boeiende, veelzijdige of mooie ziel achter die onvolmaakte façade.

    Dan schrik ik plots van de lelijkerd die ik in de spiegel zie. En ben ik dankbaar, dat jij me toch een kans gaf.

  • De spiegel

    Vanavond bekeek ik de documentaire Casa Susanna. Niet zozeer omwille van de problematiek rond transgenders of cross-dressers, maar omwille van de terugblik op de jaren ’50-’60 en de spiegel die hun struggle voorhoudt aan ieder van ons. Enerzijds zie je elementen die van alle tijden zijn. Zoals mensen die elkaar graag zien, een betekenisvol leven willen leiden en tegelijk zoekend zijn naar manieren om maximaal zichzelf te kunnen zijn in het keurslijf van de maatschappij. Dat universele herken je al in de kwetsbare glimlach van mensen die toen gefilmd of gefotografeerd werden. Maar anderzijds zie je deze jaren tegelijkertijd vanop een afstand, vanuit het nu, en merk je hoezeer niet enkel wetten, maar ook algemene opvattingen veranderd zijn vandaag. En hoe ze toen voor bepaalde aspecten de gelegenheid of zelfs de gepaste woorden niet eens hadden of gebruikten om over bepaalde zaken te kunnen praten. Het mooist vond ik hoe meermaals bleek dat het in de echte liefde helemaal niet ging over het transgender gegeven, maar gewoon over een uniek mens X die een al even uniek mens Y gewoon graag ziet.

    En dan kom je plots voor de spiegel te staan: In hoeverre biedt onze samenleving vandaag de mogelijkheid om echt te zijn wie we in ons diepste zijn? En in welke mate hebben wij zelf het lef om echt onszelf te durven zijn? Gebruiken wij nu de juiste bewoordingen om onze verschillen te benoemen? Zijn er geen keurslijven meer? Komen de dingen die we doen, de kleren die we dragen, de zorgen die we ons maken,… overeen met de mens die we werkelijk willen zijn? Hoe zullen we op de beelden en getuigenissen uit onze tijd terugkijken binnen nog eens 60-70 jaar? Wat zal er dan zoal onthuld worden over het wel-zijn van de mens achter het hippe brilmontuur, het getrimde snorretje, de smart watch en de hele flexi ‘maskarada’ van anno 2026?

    We moeten ons die vraag telkens opnieuw blijven stellen wanneer we in de spiegel kijken: in hoeverre krijg of neem ik de ruimte die nodig is om de mens te zijn zoals die geboren werd, in kwetsbaarheid, puurheid en onschuld? En hoe vrijwaar ik die echtheid onder de vele inslagen van dwingende, informatieve of artificieel-intelligente drones uit de getik(tok)te maatschappij?

  • Dikkie

    Dit is Dikkie. Hij lacht je toe, met de liefste grijns die hij maar kan bedenken. Da’s alleen maar om je een goed gevoel te geven. Want hij zou graag verder kijken naar wat hem fascineert. Hoe zijn schildpad een stukje tomaat binnenschrokt, hap voor hap. En dan weer omdraait en haar weg vervolgt.

    Zo gaat dat ook bij Dikkie zelf, als je hem wat lekkers geeft. Een banaan of zo. Dan vertelt hij je alles wat hij gezien heeft en wat hij daarbij voelde. Nog voor iemand kan zeggen dat het bijna etenstijd is, haalt hij z’n schouders op, draait zich om en holt weer de tuin in. Op zoek naar het volgende wereldwonder.

    Jaren, vele jaren later, kijk je naar een grijns op een foto en denk je: is dat Dikkie? Wat is er met hem gebeurd?

    Het leven is als een parcours waar je een robotje in loslaat. De ene robot struikelt al na de start, de andere, een super flexibele gelukzak, rijdt na z’n halve leven nog steeds vrolijk rond. Omdat het eenvoudig een andere richting nam bij een wegversperring of zo. Maar soms gaat er iets stuk aan een robot, een vijs of een wieltje, en dan volstaat een andere richting niet meer. Neen, dan hobbelt het robotje verder. Als dat het enige is wat het nog kan: hobbelen.

    Dat gevoel kreeg ik als ik naar Dikkie keek, meer dan z’n halve leven later: Deze Dikkie draait zich niet meer om voor wat hem biologeert, hij blijft staan, licht gebogen, met een nog steeds allerliefste grijns. Omdat dat is wat men van hem verlangt. Omdat hij denkt dat dat is wat men van hem verlangt. Dikkie gaat niet meer op zoek naar het volgende wereldwonder. Hij is kapot, draait rond in cirkeltjes, blijft staan voor de foto, met een allerliefste grijns die zegt: dit is wie ik was. Maar hij is niet meer.

  • Tempo rubato

    Wanneer je glimlacht

    houdt muziek de adem in

    schildert het zonlicht

    je bedachtzaam

    naar de mond

    zoeken woorden

    op de tast

    naar je geheim

    straalt de herinnering

    straks, als het

    weer donker is

  • Voedselbos in mijn hart

    Jullie mogen allemaal blijven. Blijdschap, liefde, verdriet,… Ik zal jullie niet langer verjagen of ondermijnen. Jullie houden elkaar wel in balans. De mix die jullie veroorzaken hoort bij het pad dat ik volg. Het helpt mij om me te oriënteren, te voelen waar ik ben. Gevoel is nodig om te overleven. Dus moet ik jullie doorleven. Leven met het gevoel mee. Zoals tuinieren met de natuur mee. Als we plant en dier niet bestrijden of forceren, dan vinden ze een evenwicht waar een rijk voedselbos uit voortkomt. Voelen is ook in het plantenrijk erg belangrijk:

    “Maar wat echt kenmerkend is voor het plantenleven, is dat planten zich gedurende hun leven niet kunnen verplaatsen. Ze zijn geworteld, en dát maakt hen totaal verschillend van dieren. En juist omdat ze zich niet kunnen verplaatsen en niet kunnen wegrennen als er iets verandert in hun omgeving, móéten planten wel gevoeliger zijn dan dieren, als ze willen overleven.” Dit schreef Stefano Mancuso in zijn boekje “De universele rechten van de plant”.

    Wij als dieren zouden al onze problemen kunnen oplossen door te bewegen. Maar van ons hoofd of ons hart kunnen we niet scheiden. Het kost meer energie om er ons van los te koppelen dan om ze te ‘beleven’. Dus kunnen we gevoelens maar beter niet tegenwerken of bestrijden. We moeten ze erkennen, ze horen erbij. En zoals wij dieren ons vrij bewegen, zijn ook zij vrij om te komen en weer te gaan.

  • Losse woorden

    Teruggevonden

    in het letterbos

    gekneld tussen de regels

    omfloerst en omslachtig

    beleefd en vertederd

    tandeloos kwijlend

    braaf in de wachtrij

    hun ziel bijna verkocht

    raap ik hen weer op

    en laat ze opnieuw los

    in ’t volgende verhaal

  • zwerver

    Blikken of woorden komen soms toe op een bestemming waarvoor ze niet bedoeld waren. Voorbeeld: een staalharde, ongevoelige blik was misschien een dagdroom die voorbij kwam. Een luide, onthutsende lach gewoon iets wat dankbaar losgelaten werd. Er vliegen allerlei puzzelstukjes rond en enkele daarvan komen van mij. Een blik, een woord, een daad.

    Fascinerend hoe bij de ene alle puzzelstukjes in elkaar klikken. Alles netjes en met zorg opgeborgen en gerangschikt. Mijn stukjes hebben er hoe dan ook geen plaats. Of toch: ze krijgen een plekje toegewezen. Daar mogen jouw stukjes liggen. Rusten. Een organisator.

    En hoe ze bij de ander dan weer rondvliegen. Da’s een feest. Stukjes dansen, klikken of botsen. Altijd prijs. Maar niet waar je voor kwam. Een doener.

    Of zij die al hun stukjes op tafel gooien. Dat zijn de leukste: eindeloos palaveren: wel stukje past bij welk, hoe kunnen we dit fiksen, zullen we wat moois bedenken, meerdere combinaties mogelijk. Een zoeker.

    Of een uitdager? Hey, wat dacht je van deze blik, wat denk je dat ik nu denk, heb je begrepen waarom ik dit of dat gezegd heb?

    Of wat dacht je van iemand die hier eindeloos nieuwsgierig en geamuseerd in kan rondwaren en zich op het einde dan plots afvragen: o jee, waar zijn mijn stukjes?

    Een zwerver…

    Wie ben jij vandaag?

  • moederstilte

    je gaf me iets

    dat ik niet kwijtraak

    zoals ’t leven

    zelfs in moedertaal

    onbevattelijk

    en na veel vallen en opstaan

    vliegend over de heuvels

    zie ik het

    overal

    in alles

    in stilte

  • Transit

    Er hoeft niks aan de muur of in de volle grond. Alles gaat weg of weer in dozen. Er is geen hier en nu meer. Achter mij een spoor van rondgestrooide woorden, niet de juiste, of ongevraagd. Er is hier niks dat mij nog bindt. Ik weet nu waar ik heen ga, maar niet meer of ik er blijf. Gisteren werd een fotoboek. De kleuren al flink bleker. Vandaag was de wachtkamer waarin ijdele hoop verging. Ik bundel m’n krachten voor het vertrek. De toekomst is groot en onverschillig, voor een migrant in eigen land.

  • Liefde

    Mensen zeggen soms dat liefde en haat dicht bij elkaar liggen of dat liefde snel kan omslaan. Maar liefde verdient een plek die dat gewoel kan overstijgen. Liefde kan niet omslaan in haar tegendeel, ze kan enkel zijn of niet zijn. Zoals ook verliefdheid niet hetzelfde is als liefde. Verliefdheid is een geluksgevoel dat mee komt met het ontstaan van een nieuwe verbinding. Dat kan verslavend zijn en leiden tot grote misnoegdheid als het wegvalt. Idem voor het soort geluksroutine die niet de liefde zelf is, maar alles wat er omheen hangt: status, gewoonte, een hefboom voor maatschappelijke organisatie. Groot kan ook het ongenoegen zijn als dit komt weg te vallen. Maar ze betekenen niet automatisch de ondergang van de liefde op zich. Omdat het verschillende zaken zijn. Liefde valt ook niet samen met de gestolen of onverwachte kus zoals we het vaak te zien krijgen in de film. Fijne dingen, en ook vriendschap, kunnen voortvloeien uit liefde, dat wel. Maar laten we liefde hier los van zien, zijn eigen plek gunnen. Liefde is het vermogen om het goede in iemand anders te kunnen zien en deze ander dan ook het goede toe te wensen of dit goede voor de ander na te streven. Dat is een geschenk dat je niet kan claimen, het is ook niet iets dat je verplicht kan worden om te geven. Het is een onthecht en vrij fenomeen. Het kan blijven bestaan tijdens conflicten, of na een maatschappelijke, organisatorische breuk (bv. echtscheiding). Het heeft niets te maken met jaloezie, bezitterigheid, verslaving. Het kan er al zijn bij het ontstaan van verliefdheid of ook niet. Liefde heeft respect, geeft ruimte, voor reflectie, rust, heling, ook voor vergeving en verdriet. Het biedt ruimte voor ons zelf en voor de ander. Het biedt een veilige haven aan het goede. Het is niet omdat iemand je je dagdagelijkse routine niet meer schenkt, dat er geen liefde meer kan zijn. Het is niet, omdat er liefde is, dat je samen moet zijn. Integendeel. Liefde is geen staat van zijn, het is een weg. Een weg wordt afgelegd, is veranderlijk, kruist waar het nodig is en vertrekt waar wenselijk. Maar het is niet omdat ze uit beeld is, dat ze niet meer bestaat. Uit het oog, is niet uit het hart. Liefde is geen speelbal, maar wel de essentie van wie je bent. Zonder kan je moeilijk standhouden in het leven. Daarom moet je steeds blijven voelen waar je liefde zit. Ze van onder het puin halen desnoods. Liefde valt ernstig te nemen. Ze moet vrij zijn. Ze moet stromen. Strop liefde op, en het gaat fout in de wereld. Liefde heeft een uitweg nodig. Liefde is het wezen van ons zijn.