Liebestrauma

Plots zag ik zwarte spikkels op haar lichaam. En in een ooghoek mieren over haar buik. En daarnaast zelfs een hoopje zand. Potgrond. En nog meer mieren. Een hele kolonie leek het wel.
Met azijn, een spons en een fles walnotenolie had ik de levensduur met een jaar verlengd. De olie geduldig laten intrekken. Niet zoals vroeger blijven wrijven, tot de huidmondjes alles opgenomen hadden. Toen wrijven nog iets plezierigs was, niet alleen een bron van hoop. Hoop op een regeneratieve werking. En later nog slechts de hoop dat er geen blijvende littekens zouden zijn, zoals de bijsluiter ons had beloofd.
Nu brak alles in mijn handen plots in stukken.
Ik reageerde fel, sprong overeind, ontzet.
Ijzig kalm en doorzichtig als een geest stond ze langzaam recht, schudde haar buik af, trok haar trui aan en wandelde weg, zonder er 1 woord aan vuil te maken.
Woorden hadden al lang geen effect meer. Ik hoorde de hare niet, verdoofd als ik was. En ook de mijne zouden niet meer in haar bloedbaan geraken. Alsof alles was bedekt met een laagje teflon. Geen toverformules die de asgrijze korst over het landschap konden doorbreken. Ze zaten gevangen achter de houdbaarheidsdatum van een plastic verpakking. In ons diepe zouden ze nooit meer graven. Geen aards vuur laten verschijnen. Geen bloemen, geen aardbeienvelden om ons heen.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *